| |||
Schaken
Jazeker, schaken valt onder de categorie sport. Veel mensen rekenen het tot de groep bordspellen, maar het is meer dan dat. Het is een strategisch spel waarbij zoveel zetten mogelijk zijn, dat de speler niet altijd kan zien waar een zet toe leidt. Ervaring, lef en inzicht bepalen de kwaliteiten van een speler. Je kunt op elk niveau schaken, maar het is natuurlijk wel het leukste als je net zo goed (of slecht) bent als je tegenstander! Deze shopgids vertelt je meer over de schaaksport, een aantal spelregels en zetten en de attributen die je nodig hebt. Laat die hersenen maar kraken
Geschiedenis
Schaken is al eeuwenoud, maar hoe het precies ontstaan is weten we niet goed. 'Schaak' stamt af van het Perzische woord shāh, dat koning betekent. Het Perzische shāh māta heeft tot ons woord schaakmat geleid en betekent: de koning zit in een hinderlaag of de koning is verslagen. Ergens in de 11e eeuw is het schaakspel

Het bord en de stukken
| Van a1 tot h8 | |
![]() |
Een schaakbord is vierkant met 32 witte (lichte) en 32 zwarte (donkere) velden. De rijen (1 t/m 8) lopen horizontaal en de lijnen lopen verticaal (a t/m h). Met een letter en een cijfer kun je een veld aanduiden, bijvoorbeeld a1 is het vak linksonder en h8 is het vak rechtsboven. Deze twee vakken zijn altijd de zwarte vakken, zo weet je hoe je het bord moet draaien voordat je begint. Elke speler heeft zestien speelstukken van dezelfde kleur (allemaal zwart of allemaal wit). Iedere speler heeft een koning, een dame, twee torens De speler die met de witte stukken speelt, mag beginnen met het verplaatsten van een stuk. Om de beurt doen de spelers een zet en verplaatsen ze de stukken over het bord. Het doel van het spel is om uiteindelijk de koning van de tegenstander te veroveren. |
Het spel, jij bent aan zet!
Om bij de koning te komen en deze te veroveren, zul je andere speelstukken moeten wegwerken. Je kunt een stuk van de tegenstander 'slaan'. Dit betekent dat je een eigen stuk verplaatst naar een veld waar een stuk van jouw tegenstander staat. Er mag namelijk maar één stuk tegelijk op een veld staan en zo kun je dat speelstuk wegwerken en van het bord nemen. Het verplaatsen van een stuk moet wel op de juiste manier gebeuren, er zijn regels opgesteld over hoe de stukken mogen verplaatsen, ook wel lopen genoemd. De pionnen zijn de enige speelstukken die bij slagzetten anders bewegen dan bij gewone zetten.
De meest recente spelregels van de Fédération Internationale des Échecs (FIDE) zijn door de Koninklijke Nederlandse Schaakbond naar het Nederlands vertaald. Hieronder een kort overzicht over hoe de stukken behoren te lopen. Aangezien de bewegingskenmerken hetzelfde zijn voor zwart en wit, worden alleen de kenmerken voor wit weergegeven.
- De koning begint op e1 en bestrijkt de 3 tot 8 aangrenzende velden. Per partij heeft de koning één speciale mogelijkheid die we korte en lange rokade noemen (zie hieronder).
- De dame
start op d1 en mag horizontaal, verticaal of diagonaal bewegen en beheerst 21 tot 27 velden, wat haar het sterkste stuk maakt.
- De torens starten op a1 en h1. Ze mogen horizontaal of verticaal bewogen worden en hebben hierdoor als enige hetzelfde bereik vanaf de rand als in het centrum.
- De lopers beginnen op c1 en f1 en mogen diagonaal bewegen. Elke loper komt alleen op velden van dezelfde kleur.
- De paardzet gaat 1 veld diagonaal en vervolgens 1 veld horizontaal of verticaal en maakt dus een hoek. Het tussenliggende veld mag daarbij bezet zijn. Ze beginnen op b1 en g1. Paarden beheersen weinig velden, maar omdat ze mogen springen zijn niet zwakker dan lopers. Als jouw paard aan de rand of in de hoek komt, wordt het wel moeilijker.
Zoals gezegd hebben de Pionnen andere regels, ze bewegen namelijk één veld recht vooruit. Verder hebben ze de volgende kenmerken:
- Vanuit de beginpositie op de tweede rij hebben pionnen een extra mogelijkheid, je mag kiezen of ze één of twee velden vooruit gaan.
- De pion loopt recht vooruit, maar slaat één veld schuin naar voren.
- Wanneer een pion
twee velden tegelijk naar voren is gegaan, geldt de 'en passant regel'. De pion mag dan door een vijandelijke pion geslagen worden alsof hij maar één veld opgeschoven is. De tegenstander moet dit meteen in de eerstvolgende beurt doen, daarna vervalt het 'en passant-recht'.
- Als je met de pion aan de overkant komt, mag je de pion naar keuze inwisselen voor een dame, paard, loper of toren. We noemen dit een minorpromotie.
Korte en lange rokade
De koning
Voorwaarden hiervoor zijn dat de koning en de toren niet eerder verplaatst zijn en de rokade mag niet worden uitgevoerd als de koning schaak staat of over een veld moet springen dat bestreken wordt door een vijandelijk stuk. Ook kan er niet worden gerokeerd als er een stuk tussen de toren en de koning staat.
Schaak attributen
| Schaakmat | |||
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
De speler heeft de beurt zolang hij/zij zijn knop op de klok niet ingedrukt heeft. Als de zet op het bord gedaan is, wordt de klok ingedrukt met dezelfde hand als waarmee de zet is gedaan. |
Diverse borden van hout |
Kies mooie stukken die lang meegaan van hout |
Het schaakspel oftewel Chess |
Spelen op de computer
| Computerpret | |
![]() |
Naast het echte bordspel komen er steeds meer computervarianten Een populair schaakprogramma is Rybka |
Gerelateerde shopgidsen
| Sport en ontspanning | ||
![]() |
![]() |
![]() |








